Naast je zit er één (1)
Ze zijn naast elkaar gaan zitten en knijpen genoeglijk hun ogen toe. Het is half oktober en de zon blijft maar schijnen. Heerlijk.
Arjan vertelt over zijn werk, zijn reisplannen, zijn volwassen kinderen en zijn vrouw. Vrouwtje Jas vertelt over haar voornemen om volgend jaar twee verhalenbundels uit te geven. Een bundel over schuldenaren en een bundel over eenzamen.
Gedreven licht ze de onderwerpen toe.
Eenzaamheid is vaak onzichtbaar. Het heeft niet altijd te maken met alleen zijn. Vaak gaat het over gebrek aan oprechte aandacht. Geen begrip hebben voor keuzes. Niet gerespecteerd worden. Een geheim hebben. Miscommunicatie.
Ze ratelt maar door.
Dat kan. Dat is fijn van Arjan. Hij luistert. Hij knikt.
Als ze eindelijk even stil is, zegt hij: “Ik weet het. Naast je zit er één.”
Ze lacht ongemakkelijk. Wat bedoelt hij? Maakt hij een grapje?
Arjan is een rustige man die stevig in zijn schoenen staat. Hij is aantrekkelijk, heeft veel vrienden, een mooie carrière en geld zat. Voor het terras staat zijn Jaguar te glimmen. Hij heeft een leuke vrouw. Ze zijn net opa en oma geworden en genieten daar enorm van.
Ze hakkelt wat en stoeit met een reactie. “Je vrouw is ziek, dat zal zwaar voor je zijn.”
Arjan reageert niet. Het is een domme opmerking. Ze had haar mond moeten houden.
Ze kijkt hem aan. Hij glimlacht en vraagt of ze nog thee wil.
Ze zegt ja.
Maar Arjan rekent af.