Eenzaam

Vrouwtje Jas tuurt over het water van een baai in Wales. Naast haar staat een beeld van een vrolijke man, een vrouw en een hond. Haar gedachten dwalen af naar de tijd dat deze haven gebruikt werd om kolen af te voeren uit de mijnen in het achterland.
Is de man thuisgekomen met de boot? Staan vrouw en hond hem op te wachten?

De vrouw lijkt een Afrikaanse achtergrond te hebben, gezien haar kleding en kapsel. Komt de man misschien niet thuis van een kolenboot, maar na een lang avontuur? En dan die gigantische hond.
Zo’n hond die je hoort aankomen voordat je hem ziet.

“It’s cold, ah,” hoort ze naast zich. Vrouwtje Jas kijkt om. Ze glimlacht en zegt: “At least the sun shines!”
“Ye, but it ain’t sammer yet.”
Dat klopt. Het is fris en nog lang geen zomer.

De oude man komt naast haar staan en vraagt of ze alleen is. Lachend zegt Vrouwtje Jas dat ze altijd alleen is.
“Me too… since my wife passed away, five years ago, see.”
Ze buigt zich iets naar hem toe om hem te verstaan. Zijn woorden lijken over elkaar heen te rollen.
Soms mist Vrouwtje Jas een woord. Of twee.

Terwijl ze zijn woorden tot zich door laat dringen, haalt hij een hoesje uit zijn zak. In het hoesje zitten bankpasjes en een oud sepia-kleurig portret van een jonge dame. Kort gekruld haar valt langs haar hoge voorhoofd. Bolle toet en heldere ogen. Samen kijken ze naar het portret. Vrouwtje Jas zegt dat het een prachtig meisje is. Het verdriet en de liefde zijn in zijn ogen te lezen.

Dan stopt hij het portret weg en haalt een pasfoto van een man tevoorschijn. De jongere versie van hemzelf. Vijfenveertig jaar geleden. Naast de foto staat een naam: Mr. M.C.B. Cloomb. Natuurlijk zegt Vrouwtje Jas dat hij een knappe man was en nauwelijks veranderd is.

Mister Cloomb vertelt dat hij zijn vrouw leerde kennen toen hij 23 jaar oud was. Ze zijn 45 jaar getrouwd geweest. Ze zou dit jaar 88 worden, net als hij. Hij mist haar. Sinds ze dood is, voelt hij zich eenzaam. Hij vertelt dat hij zijn kinderen en kleinkinderen regelmatig ziet, maar dat hij haar blijft missen. Ze was zijn beste vriendin. Hij zou graag weer een vriendin hebben. Iemand om mee te wandelen, te praten, te eten en te drinken.
Ze knikt, glimlacht, vult de zinnen in haar hoofd aan.

Dan kijkt hij haar aan en vraagt haar leeftijd. Vrouwtje Jas laat hem raden en de charmeur zegt dat ze jonger dan vijftig moet zijn. Als Vrouwtje Jas zegt dat ze iets ouder is, zegt hij: “That’s a good age for a girlfriend… shall we have a drink togedder? Maybe a meal?”

Met pijn in haar hart zegt Vrouwtje Jas dat ze het een lief aanbod vindt, maar dat ze verder wil. Ze is in een onbekende stad en ze wil shoppen.

Oef, dat is een leugen. Vrouwtje Jas houdt niet van shoppen. Vrouwtje Jas houdt van gesprekken met onbekende mensen. Het is dus vreemd dat ze het voorstel van deze eenzame man afslaat. Eigenlijk zou ze best een pintje met deze man willen drinken. En fish and chips uit een krant eten.
Waarom dan toch deze leugen?

De reden is flauw. En begrijpelijk.
Vrouwtje Jas heeft zoveel moeite met het Welsh accent van Mr. Cloomb dat het bijna onmogelijk is een gesprek te voeren.

Previous
Previous

Bidden in het bos

Next
Next

Naast je zit er één (1)