Ze ziet hem niet
Hij is te vies om aan te pakken. Hij stinkt.
Zij brengt hem naar de kapper.
De man achter de balie kijkt eerst naar haar, dan naar hem.
Alsof hij wil weten wie van de twee het ergst is.
Tussen was en wind
De witte was wiegt zachtjes in de wind.
Als ze erlangs loopt, ruikt ze babietjes. Zwitsal.
De was…
Niet voor dames
De hond heeft hem gevonden. Een ver familielid. In alles een tegenstelling.
Zij: spierwit, ruikend naar lavendel, net terug van de kapper
Hij: pikzwart, ruige haren, stinkend naar poep en olie
Zij: een grote hond
Hij: past in je handpalm

