Niet voor dames
De hond heeft hem gevonden. Een ver familielid. In alles een tegenstelling.
Zij: spierwit, ruikend naar lavendel, net terug van de kapper
Hij: pikzwart, ruige haren, stinkend naar poep en olie
Zij: een grote hond
Hij: past in je handpalm
Zij: gedistingeerd
Hij: straatschoffie
De hond trekt haar van de stoep af. Ze wil zelfs op haar buik onder de auto kruipen. Dameshonden doen zoiets niet. Vrouwtje Jas begrijpt het niet. Totdat ze gejammer hoort. Gepiep, als van een cavia. Zachter, veel zachter.
De hond wordt aan de paal gebonden.
Zij schuift op haar buik onder de auto. Dames doen zoiets niet. Vrouwtje Jas wel.
Omstanders lachen en fluisteren. Een stoere man stapt naar voren: “laat mij maar even”.
Nu heeft Vrouwtje Jas er twee.