Tussen was en wind
De witte was wiegt zachtjes in de wind.
Als ze erlangs loopt, ruikt ze babietjes. Zwitsal.
De wasverzachter. Onbetaalbaar hier, maar het waard.
Eten, drinken, slapen, werken. Altijd moe.
Toen.
Nu is ze ook moe.
Van leegte.
De lakens bewegen.
Dan een blauwgroene flits.
Ze draait zich om.
Boven de paarse bloemen hangt iets stil in de lucht.
Vleugels die verdwijnen in de lucht.
Even.
Dan zoeft hij weg.