Geen tijd voor gedoe
Hij stapt van zijn fiets, wijst naar het einde van het rode touw en zegt: “Die zie je niet vaak meer.”
Vrouwtje Jas vraagt of hij weet wat het is. Zonder te twijfelen noemt hij het hondenras.
Het klopt.
Dat komt niet vaak voor.
Kees vertelt dat hij drie Rottweilers heeft gehad. En een zwerfhond.
Geen echte zwerver. Een hond van een bejaarde vrouw. Kees had haar gezegd dat ze niet capabel was om de hond te hebben en aangeboden om hem mee te nemen. De vrouw piekerde er niet over.
Twee weken later stond haar zoon bij hem aan de deur.
Of hij die hond nog steeds wilde hebben.
Zo kwam Kees aan zijn zwerfhond.
Alle vier de honden zijn door de natuur meegenomen. Op een goede manier.
Aan de kop kun je zien of de natuur ze goed meegenomen heeft, zegt Kees.
Bij mensen ook. Als je goed bent voor de natuur, is de natuur goed voor jou.
Hij kijkt langs Vrouwtje Jas heen, de verte in.
Praat hij tegen haar?
Of tegen iets anders?
“Je weet niet of je terugkomt hè. Ik ga er maar van uit van niet. En toch weet ik het niet.
Ze zeggen dat je gestorven hond altijd bij je blijft. En dat klopt. Ik ontwijk thuis nog vaak de plek waar hij lag en verbaas me dan als hij er niet is.”
We weten eigenlijk niets, zegt hij.
Doodgaan is een gebeurtenis. Zoals iedere stap die je zet een gebeurtenis is.
Dat zei Boeddha.
“Ik ben geen boeddhist hoor. Ik ben gewoon ik.”
Boeddha leefde eerder dan Jezus Christus, vertelt hij. Toen ze de Bijbel gingen schrijven, is God ermee gestopt. Die gelooft niet in de flauwekul die mensen geschreven hebben en heeft zich teruggetrokken.
Maar hij is er wel. Als je hem nodig hebt.
Al bepaalt hij zelf wanneer dat is.
“Gebeurtenissen, daar gaat het om. Alles gebeurt. Wij weten niet waarom en niet wanneer. Iedere stap die je zet, laat een gebeurtenis achter en gaat naar een volgende. Wij weten niet wat we achterlaten en we weten niet waar we naartoe gaan. Al denken we van wel.”
Hij heeft de hele wereld rondgezworven en overal vrienden. Maar vrienden heeft hij niet.
“De meeste mensen begrijpen niet wat ik je net vertel.”
En toch, als hij iemand nodig heeft, zijn ze er. “Maar ik heb niemand nodig.”
Hij heeft de natuur. En haar gebeurtenissen. God bepaalt wat hij nodig heeft.
Vrouwtje Jas luistert, knikt af en toe en laat voetgangers passeren. Sommigen komen een tweede keer voorbij.
Een oudere dame geeft haar een knipoog.
Om van de monoloog een gesprek te maken, vraagt ze hoe het komt dat hij zoveel gereisd heeft.
Hij vertelt dat hij radioloog is. Vrouwtje Jas kijkt nog eens goed.
Ze kan niet geloven dat deze man medisch specialist is.
Ze vraagt wat een radioloog doet.
Kees legt geduldig uit dat hij röntgenfoto’s maakt.
Van pijpleidingen. Op booreilanden en in putten.
Dat verklaart veel.
Zijn blik drijft weer naar de verte.
“Het is niets voor me. Ik heb het wel twee keer tien jaar volgehouden — ik doe niet zomaar iets — maar ik zocht andere gebeurtenissen.”
Hij kijkt even opzij. “Twee keer getrouwd geweest.”
Een korte stilte. “Maar daar had ik geen tijd voor.”
En weg is Kees.