Dorst?

Dat komt door de nachthemden

Opvallend is ze zeker, deze leeftijdloze vrouw. Haar korte haar piept onder een pet vandaan. Het kakikleurige overhemd dat ze over een lang T-shirt draagt, is één grote vlek. Daaronder een mager lichaam. Een stoere legerbroek en splinternieuwe wandelschoenen.
In haar ene hand een grote herdershond die haar vooruit trekt, in de andere een boodschappen-trolley die haar afremt.

Bij het bejaardenhuis stopt ze. De hond gaat zitten naast een bankje, zij blijft staan. Ze rommelt in haar tas, haalt er iets eetbaars uit. De hond kijkt haar dankbaar aan terwijl hij kauwt. Dan komt er een schaaltje tevoorschijn en een fles water. Het bakje wordt gevuld.
De hond kijkt. Drinkt niet.

“Loop ik daar al die tijd te sjouwen met dat water en dan drink jij niets! Wat is dit nou? Denk je dat ik dan ook niets drink of zo? Nou, dat heb je dus mis. Ik ga jou hier achterlaten en ik neem een kop koffie.”

Ze aait de hond en loopt de traag openende schuifdeur van het bejaardenhuis door. Om meteen weer terug te komen.

“Gdver**me! Staan er verkopers in de hal met nachthemden! Zijn ze nou helemaal gek geworden? Wat een gedoe zeg. Denken ze nou echt dat ze hier nachthemden kunnen verkopen? De meeste mensen kunnen dat niet eens betalen! En iedereen heeft hier al een hempje. Terwijl het binnen altijd veel te warm is!”

Vrouwtje Jas opent haar mond, maar Petje is nog niet klaar.

“Ik ben onderweg naar de dierenarts. Mia heeft een bultje. Zal wel niks zijn, maar toch. Ik moet nog een heel eind lopen, ik woon op de Margrietlaan en de dierenarts zit op de Utrechtseweg. Dus ik dacht: even een kop koffie hier. Maar ja… die nachthemden hè. Nou, dan maar geen koffie.”

Vrouwtje Jas vraagt of ze binnenkort moet verhuizen, nu de flats aan de Margrietlaan worden afgebroken.

“Ja, dat willen ze wel. Maar ik ga echt niet zomaar weg hoor. Ik kan nergens anders naartoe.”
“Bieden ze je niets anders aan?”
“Ja, wel. Maar allemaal van die huizen met voordeuren naast elkaar. Daar ga ik niet wonen. Dat is een ander soort mensen. Van die nette types. Van die mensen die hun kleedjes uitkloppen. Daar pas ik niet tussen. Ik leef anders.”

Nieuwsgierig vraagt Vrouwtje Jas wat ze bedoelt met dat ‘anders’.

Petje haalt haar schouders op.
“Gewoon. Anders. Ik klop geen kleedjes uit. Dat doe ik niet en dat ga ik ook niet doen. Dat begrijpt niemand, maar ik doe het anders.
Gelukkig heb ik mijn Mia, die begrijpt het wel.”

Ze aait de hond. Het waterbakje wordt leeggegooid en verdwijnt weer in de tas.

Daar gaan ze. Petje en Mia.

Beiden niets gedronken.
Dat komt door de nachthemden.

Previous
Previous

Doodstil

Next
Next

Concert