Naast je zit er één (1)
Ze zijn naast elkaar gaan zitten en knijpen genoeglijk hun ogen toe. Het is half oktober en de zon blijft maar schijnen. Heerlijk.
Naast je zit er één (2)
In de groene Jaguar rijden ze naar het bos. De hond ligt op de leren achterbank. Ze praten over de auto, het weer en de klimaatverandering.
Ze draaien er omheen.

