Slaap maar lekker

Mehran knikte gretig toen hem thee aangeboden werd. Het was warm in de kleine ruimte en hij had al uren niets gedronken. De man liep weg, schonk het glas vol en zette de thee voor hem neer. Met twee handen pakte Mehran het glas. Maar hij was te laat. Het glas werd voor zijn neus weg gegrist.
"Thee is heet Mehran, je moet wachten!" 

Mehran sloeg zijn ogen neer. Toen hij opkeek, stond de thee weer voor hem. Voorzichtig bracht hij een hand naar het glas. Maar hij was te laat. De ander was sneller. De man grijnsde. 
"Niet zo gulzig Mehran!"

Mehran voelde de woede omhoog komen. Het lukte hem nauwelijks om de boosheid te onderdrukken. 
"Blijf sterk Mehran, verpest het niet", zei hij tegen zichzelf. 
En hij bleef sterk.  

Na een paar keer was de lol eraf. De man zette de thee met een klap op de tafel en liep weg. Door zijn lompheid was de helft van de thee op de tafel terechtgekomen. Schichtig dronk Mehran het restje thee in één lange teug op. Het smaakte heerlijk. Hij wilde wel meer thee. Of water. Maar hij vroeg het niet. 
Verslagen bleef hij aan de tafel zitten.
Hij was moe. Doodmoe.

“Slaap maar lekker”

Hij wilde zo graag een keer een nacht doorslapen, maar dat was hem niet gegund. Telkens als hij nèt in slaap viel, zag hij door zijn gesloten oogleden de flikkering van de TL. Dan tilde hij zijn hoofd op en ging zitten. Totdat de lamp uitging en hij op de gang een stem hoorde die hem vertelde dat hij kon gaan slapen. 
"Welterusten, slaap lekker", werd hem dan toegewenst. 

Dan ging hij liggen en dommelde in. Totdat de lamp weer aanging. Dan moest hij weer rechtop zitten.
"Ogen open!"
Totdat hij “welterusten” hoorde. Iedere nacht weer. Maanden achter elkaar.

“Blijf sterk Mehran. Verpest het niet.” Zijn advocaat had het steeds herhaald.
Ze probeerden hem agressief te krijgen. Als hij zich misdroeg, konden ze zijn verblijfsstatus weigeren. 
Mehran bleef sterk.

Hij vertelde dat hij veel steun had gehad aan de mensen die iedere maand voor het hek van de gevangenis stonden.
Ook als het regende, ook als het koud was. Ze stonden er iedere keer weer.
Deze mensen protesteerden tegen hun eigen regering. Ze vonden het niet goed dat onschuldige mensen in de gevangenis zaten.
Ze legden bloemen neer en staken kaarsjes aan.

“Ik ging dan voor het raam staan om naar ze te zwaaien”, vertelde Mehran. 
“Er waren ook kinderen bij. Dan moest ik altijd aan mijn eigen kinderen denken, die bij mijn vrouw en haar familie woonden. Zij hadden gelukkig hun status al en hoefden dit niet mee te maken.”

Vrouwtje Jas luisterde ademloos.
“Maar Mehran, dit is onmenselijk! Gelukkig gebeurt dit soort dingen hier niet. Hier hebben we asielzoekerscentra. Het leven is er niet ideaal, maar mensen worden wel goed behandeld. Ze hebben vrijheid en mogen bezoek ontvangen.”

Mehran keek haar aan. Hij had een doffe blik in zijn ogen en een verdrietige grijns op zijn gezicht. 

"Dit wàs in Nederland. Ik zat in Kamp Zeist.”

Epiloog

  • Mehran is in 1995 gevlucht nadat de Taliban zijn huis en vrijwel alle andere huizen in de stad Kabul verwoestte. Mehran vertelde dat de Immigratie en Naturalisatiedienst een fout gemaakt had waardoor Mehran Nederland moest verlaten. Zijn gezin mocht wel blijven. In afwachting van zijn hoger beroep, verbleef Mehran drie jaar in het detentiecentrum in Zeist. Mehran heeft de beroepsprocedure gewonnen. Hij heeft inmiddels een verblijfsvergunning en de Nederlandse nationaliteit

  • Dit verhaal is op 18 oktober 2019 gepubliceerd onder de titel “De woede en de wake” in Zeister Magazine. Lees ook Wake bij Zeist en 150e wake

  • Ook bij andere detentiecentra in Nederland worden wakes georganiseerd

  • Meer informatie over de oorlog in Afghanistan vind je hier

  • De verhalen zijn geschreven zoals Mehran ze verteld heeft. In hoeverre waarheid en beleving door elkaar lopen, is niet gecontroleerd

Next
Next

Spannende reis