Vrijdag lunch
Vrijdag lunch
Aan de overkant lopen ze. De meesten twee aan twee. Hier en daar een drietal. Broodtrommeltje in de hand. Donkere kleding, halflange jassen. De één gekleed, anderen meer casual. Ze maken een rondje door het park. Daarna slorpt de entree van het gemeentehuis ze weer op. Vrouwtje Jas kijkt gedachteloos toe.
Aan het tafeltje naast haar gebeurt iets. De vrouw geeft de man een por met haar elleboog. Ze wijst, vrijwel onzichtbaar, naar de straat. Hij draait zich om en knikt. Vrijwel tegelijkertijd steken ze aarzelend hun hand op. De man waar het gebaar voor bedoeld is, wendt zijn hoofd af. De vrouw laat haar schouders hangen, de man haalt de zijne op. Vrouwtje Jas kijkt verbaast en nieuwsgierig toe. Ze merkt op dat hij hen niet gezien zal hebben.
"Oh jazeker wel!", zeggen ze in koor, "we lunchen hier iedere vrijdag, dat weet hij. Jarenlang at hij met ons mee."
Vrouwtje Jas neemt het stel in zich op. Nette mensen, beetje ouderwets gekleed. Ze zijn de middelbare leeftijd ver voorbij. Het is een beetje een onzichtbaar stel, nog kleurlozer dan de ambtenaren die voorbij sjokken. Iedereen zwijgt; er ontstaat een ongemakkelijke stilte.
De vrouw doorbreekt het ongemak. Zij vertelt dat hij hun zoon is. De jongste van de vier. Hij is manager bij de gemeente. Ze hadden nooit verwacht dat hij het zover zou schoppen! Jan is hun zorgenkindje: vaak ziek, laat met praten en lopen, slecht op school en nergens handig in. Jong werken dan maar. Maar dat hield hij niet vol. Hij kwam elke dag huilend thuis. Die arme grote jongen. Ze besloten om hem weer naar school te sturen en hem daar zo lang mogelijk te houden. Het was een moeizame weg, maar uiteindelijk haalde Jan zelfs zijn meao-diploma. Hij kreeg een gesubsidieerd baantje bij het archief van het gemeentehuis.
Daar heeft hij zich opgewerkt. In vijftien jaar tijd heeft hij op het gemeentehuis zes banen gehad: steeds een treetje hoger. Ze zijn enorm trots op hun jongen! Hij heeft niet alleen een goede baan, ook een eigen huis en vrienden. Helaas heeft hij geen vrouw, maar wie weet komt ook dat nog eens.
"Jullie hebben veel voor hem gedaan, zo te horen", zegt Vrouwtje Jas. Joop en Jessie knikken tegelijkertijd; hun hoofden bewegen in hetzelfde trage tempo. Vrouwtje Jas is benieuwd waarom Jan zijn ouders zonder te groeten voorbijloopt. En waarom Jan niet meer met ze luncht op vrijdag. Toch durft ze er niet om te vragen. Het gaat haar niets aan. Alsof hij haar gedachten raadt, begint Joop te vertellen.
"Toen Jan veertig werd, gaf hij een feestje in het zaaltje van de kerk. Veel vrienden heeft hij niet, maar hij kon er toch een paar uitnodigen. Natuurlijk mochten ook zijn broers en hun vrouwen komen, een paar collega's en wij. Omdat wij van muziek houden, hadden we een liedje voor hem gemaakt. Ik kan een beetje gitaar spelen en Jessie schreef de tekst. We hebben wekenlang geoefend. Toen hebben we een laken in de logeerkamer opgehangen, ons fototoestel op het schrijfbureau gezet en er een filmpje van gemaakt. We waren er best trots op.”
Dat begrijpt Vrouwtje Jas wel. Maar waarom loopt Jan ze dan nu zonder te groeten voorbij?
Nou, dat zit zo: op de avond van Jan's feestje, waren Joop en Jessie ziek. Ze lagen met koorts op bed. Een feestje zat er niet in voor ze. Ze hebben Jan gebeld om te vertellen dat ze niet konden komen. De oudste broer van Jan bood aan om het filmpje te draaien, zodat Joop en Jessie het liedje niet voor niets ingestudeerd hadden. Zo gezegd, zo gedaan.
Van de oudste kinderen hebben Joop en Jessie gehoord dat het liedje een groot succes was. De collega's, vrienden en familie hebben gelachen en lang geklapt.
Jan zelf was bleek en stil geworden; hij heeft er nooit van gehouden om in het middelpunt te staan.
De vrijdag na het feest, om half één precies, zaten Joop en Jessie in de lunchroom op Jan te wachten. Maar Jan kwam niet lunchen. Jan kwam nooit meer lunchen.
Noot:
Dit verhaal ontstond bij het luisteren naar het lied “Onze Jan is manager geworden” van Joop Visser en Jessica van Noord

